Statuten - Vervolg statuten artikel 7 t/m 13

Artikelindex

STATUS LIDORGANISATIES
Artikel 7. 1. De lidorganisaties zijn zelfstandig en met inachtneming van deze statuten vrij in het kiezen van hun organisatievorm en basisstructuur.
2. Het uitdragen van officiële standpunten naar buiten door een lidorganisatie mag niet in strijd zijn met de doelstelling van de vereniging. Indien lidorganisaties een afwijkend standpunt willen uitdragen, ten opzichte van hetgeen in verenigingsverband door de lidorganisaties is overeengekomen, dienen ze hiervoor vooraf toestemming van de vereniging te verwerven.

VERPLICHTINGEN LIDORGANISATIES
Artikel 8. Iedere lidorganisatie is gehouden tot het per kalenderjaar betalen van contributie zoals vastgesteld overeenkomstig de daartoe in het huishoudelijk reglement gegeven regels.

EINDE LIDMAATSCHAP
Artikel 9. 1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door opzegging door de lidorganisatie;
b. door opzegging door de vereniging.
2. Bij opzegging door een lidorganisatie dient een opzegtermijn van ten minste zes maanden in acht te worden genomen. Opzeggingen vóór één juli van een kalenderjaar worden effectief per het einde van dat kalenderjaar. Opzeggingen ná één juli van een kalenderjaar worden effectief aan het einde van het daaropvolgende kalenderjaar. Opzegging dient schriftelijk te geschieden bij de secretaris van het bestuur.
3. Opzegging door een lidorganisatie kan met onmiddellijke ingang binnen één maand nadat haar een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
4. Het bestuur kan de algemene vergadering voorstellen het lidmaatschap van een lidorganisatie op te zeggen. De betrokken lidorganisatie wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld met opgaaf van redenen. In afwachting van een besluit van de algemene vergadering is de betrokken lidorganisatie geschorst. Opzegging van het lidmaatschap is mogelijk wanneer:
a. een lidorganisatie heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap van de vereniging;
b. de lidorganisatie haar verplichtingen aan de vereniging niet nakomt;
c. van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap van de lidorganisatie langer te laten voortduren;
d. een lidorganisatie handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, dan wel de vereniging of één van de lidorganisaties op onredelijke wijze benadeelt.
5. De betrokken lidorganisatie kan binnen een maand na ontvangst van een kennisgeving ingevolge lid 4 en 5 van dit artikel schriftelijk beroep aantekenen bij de algemene vergadering.
6. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is de betrokken lidorganisatie geschorst en uitgesloten van het uitoefenen van lidmaatschapsrechten, met uitzondering van het recht van toegang en het recht om het woord te voeren bij die algemene vergadering waar het voorstel tot schorsing en het eventuele beroepschrift worden behandeld. Tevoren dienen de namen van de officiële vertegenwoordigers van de betrokken lidorganisatie schriftelijk aan de secretaris van de vereniging te worden gemeld. De uit het lidmaatschap van de lidorganisatie voortkomende verplichtingen blijven hangende de schorsing onverkort bestaan.
7. Een beroep tegen opzegging van het lidmaatschap dient in de eerstvolgende algemene vergadering te worden behandeld.
8. Het lidmaatschap van de betrokken lidorganisatie eindigt op de dag waarop het besluit tot opzegging van het lidmaatschap in de algemene vergadering wordt bekrachtigd. Indien de algemene vergadering het besluit tot opzegging niet bekrachtigt, wordt de schorsing met onmiddellijke ingang opgeheven.

BESTUUR
Artikel 10. 1. Elke lidorganisatie kan maximaal twee bestuurders voor het bestuur van de vereniging leveren. Zodra vijf of meer organisaties zijn aangesloten, kan per organisatie nog maximaal één bestuurder voor het bestuur geleverd worden. Het bestuur van de vereniging bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven bestuurders.
2. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie benoemd. De overige functies in het bestuur worden door het bestuur onderling verdeeld.
3. Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd voor een periode van drie jaar en zijn – aansluitend – maximaal eenmaal voor een zelfde periode herkiesbaar. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op.
4. Indien het aantal bestuurders beneden het vastgestelde aantal is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Binnen zes maanden moet echter in de vacature(s) worden voorzien.
5. De algemene vergadering kan een bestuurder te allen tijde onder opgaaf van redenen schorsen of ontslaan en wel met een meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Een dergelijk besluit kan echter slechts worden genomen, nadat deze bestuurder in de gelegenheid is gesteld zich in de algemene vergadering te verdedigen.
6. Een schorsing, die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verlopen van de termijn.

BESTUUR, TAAK EN BEVOEGDHEDEN, BESLUITVORMING, COMMISSIES
Artikel 11. 1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging met inachtneming van het gestelde in deze statuten en de reglementen, alsmede van de vigerende besluiten van de algemene vergadering.
2. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders. Zij kunnen zich daarbij door een schriftelijk gemachtigde doen vertegenwoordigen.
3. Voor besluiten tot het aangaan van overeenkomst tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling van een schuld van een ander verbindt, behoeft het bestuur de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden beroep worden gedaan.
4. Het bestuur dient vooraf richtlijnen overeen te komen met de algemene vergadering en deze vast te leggen ten aanzien van;
a. het voeren van rechtsgedingen, inbegrepen arbitrages en sluiten van compromissen, met uitzondering van het voeren van een kort geding;
b. het aangaan van andere rechtshandelingen en zaken van gewicht die de vereniging financieel of anderszins binden. Als zaken van gewicht worden onder andere beschouwd: - samenwerkingsverbanden met andere organisaties; - contacten met organen die ook relaties onderhouden met lidorganisatie van de vereniging. Indien het tevoren overeenkomen van bovengenoemde richtlijnen niet heeft kunnen plaatsvinden, moet de door het bestuur genomen beslissing achteraf ter goedkeuring aan de algemene vergadering worden voorgelegd.
5. Het bestuur vergadert zo vaak als door de bestuurders en/of de algemene vergadering gewenst wordt en bij voorkeur volgens een jaarlijks tevoren in het bestuur overeen te komen rooster.
6. De oproep aan de bestuurders voor een bestuursvergadering geschiedt schriftelijk onder opgaaf van de agenda, plaats, aanvangstijd en verwachte tijdsduur van de vergadering.
7. Het bestuur kan in de vergadering slechts besluiten nemen, indien meer dan de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. Een dergelijke vertegenwoordiging kan bij schriftelijke volmacht van de afwezige aan een medebestuurder geschieden.
8. Alle bestuursbesluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
9. De voorzitter bepaalt hoe het stemmen in het bestuur plaatsvindt. Stemmen over personen geschiedt, indien ten minste één bestuurder zulks verlangt, schriftelijk.
10. Van het verhandelde in een bestuursvergadering worden notulen gemaakt, die na vaststelling ondertekend worden door de voorzitter en secretaris.

ALGEMENE VERGADERING
Artikel 12. 1. De algemene vergadering wordt gevormd door personen die op grond van de statuten van een lidorganisatie bevoegd zijn die lidorganisatie te vertegenwoordigen dan wel door personen aan wie door het bestuur van een lidorganisatie tot deze vertegenwoordiging een controleerbare volmacht is verleend. Zij vertegenwoordigen hun eigen lidorganisatie en hebben gezamenlijk de ene stem die door de door hen vertegenwoordigde lidorganisatie in de algemene vergadering kan worden uitgebracht.
2. Een volmacht tot vertegenwoordiging van een lidorganisatie kan worden verleend aan maximaal twee personen. In overleg met het bestuur kan hiervan bij uitzondering in het belang van de voortgang in die vergadering worden afgeweken. Een bestuurder van de vereniging kan niet optreden als vertegenwoordiger.

ALGEMENE VERGADERING; PLAATS EN OPROEPING
Artikel 13. 1. De algemene vergadering wordt gehouden op een door het bestuur te bepalen plaats in Nederland.
2. De oproeping voor de algemene vergadering geschiedt schriftelijk aan de secretariaten van de lidorganisatie en niet later dan op de dertigste dag vóór die van de vergadering, de dag van oproeping en die van de vergadering meegerekend. Hierbij worden de plaats, datum, aanvangstijd en te behandelen onderwerpen op de vergadering vermeld. Op een later tijdstip kan het bestuur onderwerpen die geen uitstel gedogen schriftelijk aan de lijst van de te behandelen onderwerpen toevoegen, tenzij dit met ten minste tweederde van de ter vergadering geldig uitgebrachte stemmen wordt verworpen.
3. Lidorganisaties kunnen onderwerpen, ter behandeling in de algemene vergadering, indienen. Deze onderwerpen moeten zes weken voor de vergaderdatum bij het secretariaat ontvangen zijn.
4. Jaarlijks wordt een algemene vergadering gehouden. In de jaarlijks te houden vergadering komen onder meer de volgende onderwerpen aan de orde:
a. het algemeen jaarverslag van het bestuur over de gang van zaken in de vereniging en het gevoerde beleid gedurende het afgelopen jaar;
b. het financieel jaarverslag, omvattend de balans per eenendertig december van het voorafgaande kalenderjaar, de staat van baten en lasten met toelichting over dat jaar en het daarbij behorende verslag van de in artikel 14 lid 9 genoemde kascommissie;
c. de benoeming van de kascommissie als bedoeld in artikel 14 lid 9;
d. het vaststellen van de begroting voor het komende kalenderjaar aan de hand van een door het bestuur in te dienen voorstel;
e. het vaststellen van de jaarlijkse bijdrage van de lidorganisaties op basis van deze begroting;
f. de voorziening in eventuele vacatures in het bestuur.
5. De in lid 4 van dit artikel genoemde verslagen en financiële stukken alsmede bestuursvoorstellen, dienen minimaal veertien dagen voor de vergadering, de dat van de verzending en die van de vergadering meegerekend, te worden toegezonden aan alle lidorganisaties.
6. Algemene vergaderingen, anders dan die genoemd onder lid 4, zijn buitengewone algemene vergaderingen en worden door het bestuur ten minste veertien dagen tevoren schriftelijk aangekondigd, de dag van verzending van de convocatie en de dag van de vergadering meegerekend, onder vermelding van de in het tweede lid genoemde gegevens.
7. Een buitengewone algemene vergadering zal zo dikwijls worden gehouden als het bestuur dit nodig oordeelt of wanneer een of meerdere lidorganisatie(s) een daartoe met redenen omkleed verzoek heeft (hebben) ingediend. 8. Een op verzoek van een of meerdere lidorganisaties bijeen te roepen algemene vergadering dient met inachtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel binnen vier weken na het ontvangen verzoek plaats te vinden.